Over hoe je van alles ziet wat er niet is

De afgelopen blogs ben ik niet zo lief voor je geweest. Ik heb je verteld dat je geen idee hebt wat je doet, dat je bang bent, ik heb je uitgemaakt voor drugsverslaafde en stresskip, dat je denken geprogrammeerd is en vorige week vertelde ik je dat de werkelijkheid nogal relatief is. Ik ga nog even door. Want je doet nog meer zonder dat je het door hebt. En pas als je echt goed hebt doorgrond welke onbewuste processen jouw gedrag bepalen kunnen we het gaan hebben over hoe je dit kunt veranderen. Deze week over je fantasie. Over hoe je van alles ziet wat er niet is.

Je paradigma’s versterken zichzelf via je bewuste. Want je bewuste kan kiezen en afwijzen. Dat wat in het straatje past wordt geaccepteerd en opgeslagen, wat niet in het straatje past wordt afgewezen en afgedaan als onzin. Zie je iemand over het water lopen, denk je direct dat dat onzin is. Zal wel ondiep water zijn dan, of een spiegeling. Kan niet, onzin. Behalve misschien als je een religieuze conditionering hebt. Dan kan het juist de perfecte bevestiging zijn van wat je altijd al wist.

Als je een hoeveelheid informatie binnen krijgt, maar je kunt er geen volledig plaatje van maken, vullen je hersenen het zelf aan. Dat kan naar een volledig logisch verhaal. Achteraf. Op basis van je kennis, ervaring en overtuigingen vanuit je thalamus.
Zo ontstaat oorsuizen ook. Je hebt een gehoorbeschadiging, daarom gaat je brein zelf maar geluid produceren. Dat geluid is er helemaal niet maar je ‘hoort’ het wel. Als de informatie in je brein gemaakt wordt, wordt het toch geïnterpreteerd alsof het van buiten komt en dus ‘echt’ is. Ook hier geldt weer dat je geen verschil maakt tussen realiteit en fictie.
Lees verder Over hoe je van alles ziet wat er niet is

Over hoe je zelf bedenkt wat de werkelijkheid is

In mijn maandagblog twee weken geleden legde ik uit hoe je brein geprogrammeerd is om vooral dingen te herhalen. Je doet allemaal dingen op de automatische piloot, vanuit je onderbewuste. Hoe dit werkt vertelde ik je eind augustus. Iedere maandag licht ik nog een tipje van de sluier op om jezelf beter te kunnen begrijpen. De puzzel wordt daarmee steeds completer. Deze week meer over hoe je door je gekleurde bril dingen ziet waarvan je weet dat het niet waar is, maar die toch invloed hebben op je denken.

Je brein maakt continu afwegingen door alle waarnemingen te verwerken en te koppelen aan alles wat je weet en kent. Daarmee kan je supersnel situaties inschatten, beslissingen nemen en reageren. Alleen dat doe je niet altijd even goed. Je conditionering, je overtuigingen en je angsten vertroebelen je blik op de werkelijkheid. Er worden allerlei stofjes aangemaakt die je belonen en sturen. Deze processen zorgen er voor dat ‘de werkelijkheid’ er anders uitziet dan je denkt. Je kunt je zelfs afvragen of ‘de werkelijkheid’ wel bestaat. Lees verder Over hoe je zelf bedenkt wat de werkelijkheid is

Over hoe je je omgeving na-aapt

We hebben van nature de wil om te leren. Zelfs als je niet weet waarvoor of waarom. Leren is belangrijk. Leren is overleven. We willen nieuwe informatie. We willen leren lopen. Daarom willen we progressie. Daarom willen we vooruit komen. Daarvoor hebben we doelen nodig, om in de juiste richting te gaan.
In hoeverre is dat een bewust proces en hoe leer je gedrag aan? Het blijkt dat ook hier een aantal automatische processen aan ten grondslag liggen.

Leren doe je door na te apen. Zo kunnen baby’s van slechts een paar uur oud al mondbewegingen na doen. Zo leren we praten, lopen, onze normen en waarden (conditionering) en nog veel meer. Maar ook emoties kopiëren we. En gedrag. Dit komt door zogenaamde spiegelneuronen in ons brein. Deze zijn superhandig om snel te leren en om in de groep mee te kunnen doen. Zij vormen de basis voor empathie, je kunnen inleven. En omdat we individueel zo weinig kunnen is het essentieel om je te verbinden met de groep en van die groep zo snel mogelijk zo veel mogelijk te leren. Want alles wat je leert kan je toepassen en dat kan wel eens het verschil maken tussen leven en overleven.
Lees verder Over hoe je je omgeving na-aapt

Over hoe je denken geprogrammeerd is en hoe dat zo gekomen is

In mei heb je in mijn blog over wat jouw geluksgevoel bepaalt kunnen lezen dat 25% van je geluksgevoel wordt bepaald op basis van aangeleerd gedrag en nog eens 20% op basis van eigen keuzes. Maar hoe komt dit tot stand?

In de eerste 25 jaar van je leven vindt je determinatie plaats. Voor een deel is dit genetisch bepaald. Dit heb je van je ouders gekregen, met invloeden van wat je hebt meegemaakt in de baarmoeder. Dit wordt wel ‘nature’ genoemd. Daarnaast zijn er je psychologische determinatie en je omgevingsdeterminatie. Wat en hoe we denken is het resultaat van onze afkomst, geslacht, onze opvoeding, de mensen om ons heen, van onze sociale, politieke en economische achtergrond, van de boeken die we lezen, onze ervaringen en de informatie die we hebben verzameld. Al die impulsen maken hoe je brein nu functioneert. Oftewel, ons denken is geprogrammeerd.
Lees verder Over hoe je denken geprogrammeerd is en hoe dat zo gekomen is

Over wat een stresskip je bent

Stress is een natuurlijk mechanisme in ons lichaam dat ons helpt in moeilijke situaties.
Als er gevaar dreigt is het handig als je lichaam in opperste staat van paraatheid wordt gezet. Moet je vechten of vluchten? Bij dreigend gevaar of als je ergens van schrikt gaat je bloeddruk omhoog, je hart gaat sneller kloppen, je gaat sneller ademen en wordt er glucose naar de spieren gestuurd zodat je klaar bent voor actie. Je zit in full combat modus. Wat gaat het worden, fight or flight? Ook al is er niet eens een werkelijke dreiging, je staat helemaal strak. Het werkt ook aanstekelijk. Als jij angstig om je heen kijkt of schrikt, gaan bij de mensen om je heen ook direct de alarmbellen af en staan zij ook binnen no-time met de spreekwoordelijke vuisten omhoog. Iemand schrikt van een blaadje dat in haar nek valt en iedereen denkt dat er een aanval van mensetende spinnen is. Superhandig systeem voor de groep. Je kijkt met alle ogen tegelijk en reageert ook met zijn allen om gezamenlijk terug te kunnen slaan. Of het met zijn allen zo snel mogelijk op een lopen te zetten.
Lees verder Over wat een stresskip je bent

Over jouw rol als drugsdealer

In voorgaande blogs heb je kunnen lezen dat er allemaal mechanismen zijn die je in leven houden, je beschermen en je voortbestaan mogelijk maken. Je hebt een automatische piloot en je hebt angsten. Om dit te sturen ben je je eigen drugsdealer. Je deelt stofjes uit om je te belonen of te behoeden. Er is een aantal stofjes in je hersens dat ervoor zorgt dat je je goed voelt. En dat werkt verslavend.
De eerste twee stofjes helpen je dagelijks te overleven. De andere twee gaan vooral over samenwerken in een groep. Zoals je in mijn blog over je angsten hebt kunnen lezen wil je successen behalen en er bij horen. In deze volgorde behandel ik ze ook.  Lees verder Over jouw rol als drugsdealer

Over je angsten

Je ouderwetse rare mensenbrein is continu bezig met het detecteren van gevaar en het zoeken naar genot. Je wil overleven. Daardoor heb je allemaal emoties.
Emoties zijn feedbackmechanismen die ons vertellen of iets waarschijnlijk goed of waarschijnlijk slecht is. Ze helpen je te leren, waarschuwen je en sturen je. Allemaal om te overleven en voort te planten. Want dat willen we. Allemaal.

Ons brein kent geen onderscheid tussen werkelijkheid en fictie. Je brein neemt alles aan als waarheid. Dat is best vervelend als datzelfde brein zich richt op leven en overleven en continu bezig is met het spotten van gevaar. Zeker als dat brein langzamer evolueert dan de wereld om ons heen.
Het meeste gevaar dat we zien is er dan ook niet. In zoverre, het is niet levensbedreigend. Het voelt misschien niet helemaal lekker, het is spannend en je gaat er van zweten, maar dat is het dan ook wel.
Er zijn twee universele angsten van de mens. De angst om te falen en de angst om er niet bij te horen. Iedereen heeft hier in meer of mindere mate last van.
Lees verder Over je angsten

Over waarom je zou willen veranderen

Vorig jaar wilden we graag iets goeds doen. Een bijdrage leveren. Wij wilden bejaarden gelukkig maken met een tour op Schiphol. Dus togen we af naar een bejaardentehuis en laadden onze leaseauto’s vol oude vandagen. We waren net de A2 op gedraaid toen de oude man naast me op de passagiersstoel zei: “O, wat is dit mooi. Ik ben al zolang niet op de snelweg geweest. Het is nu al een geslaagde dag!”

Wij weten niet wat ons gelukkig maakt. We doen de hele tijd dingen die ons juist niet gelukkig maken. Ondanks dat de kennis over wat ons we gelukkig maakt gewoon voorhanden is.
Lees verder Over waarom je zou willen veranderen

Over de onterechte angst om je medewerkers te laten ontdekken wat ze willen

Vandaag heb ik de 200e deelnemer aan de training gebaseerd op mijn boek ‘En nu jij!’ mogen verwelkomen. Voor de 200e keer heb ik iemand het hoofd op hol gebracht met een stappenplan, modellen, theorie, filmpjes en oefeningen. Maar vooral heb ik voor de 200e keer gezien hoe mensen in staat zijn zichzelf in beweging te brengen. In beweging naar hun doelen. Naar meer leuke dingen doen. Naar geluk zelfs.
“Maar Frank, wat heb ik er nou aan als ik mijn medewerkers naar jou stuur? Dan nemen ze vervolgens allemaal ontslag!” Een vraag die ik geregeld krijg. En dat kan terecht zijn. Als je je medewerkers niets meer te bieden hebt dan wat ze nu doen. Als je ze het liefst vastgebonden achter hun bureau houdt en ze altijd wil laten doen wat ze gisteren ook deden. Maar dat wil je niet.

Lees verder Over de onterechte angst om je medewerkers te laten ontdekken wat ze willen

Over de vraag of geld gelukkig maakt

Nee. Geld maakt niet gelukkig. Een klein beetje meer geld maakt, tot op zekere hoogte, gelukkiger.
Tijdelijk. Maar mensen die op jonge leeftijd gelukkig zijn, worden later rijker, ontdekte biologisch psycholoog Meike Bartels van de Vrije Universiteit Amsterdam. Onderzoek van zowel Nobelprijswinnar Daniel Kahneman als professor en emeritus-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Ruut Veenhoven toonde aan dat er boven een inkomen van zo’n € 70.000 per jaar geen verband meer is tussen de stijging van het inkomen en het geluksgevoel. Blijkbaar ben je met dat inkomen in staat volledig te voorzien in de basisbehoeften van Maslow. Voor de hogere treden van de piramide speelt geld geen rol. Veel geld maakt dus niet gelukkiger. Wie meer verdient, wordt er niet gelukkiger van, maar wel tevredener. “Wij concluderen daaruit dat geld tevredenheid koopt, maar geen geluk”, aldus de onderzoekers. De meest waardevolle dingen kosten het minste geld.
Ook de Amerikaanse professor Richard Easterlin ontdekte in 1974 dat er geen correlatie bestaat tussen het Bruto Nationaal Product en het rapportcijfer dat de bevolking van een land zichzelf gaf voor het geluksgevoel.
Niet in staat zijn in de basisbehoeften te voorzien heeft wel invloed op het geluksgevoel. Geen geld maakt wel ongelukkig.
Als je gelukkig bent, ben je socialer en actiever en dit leidt dan weer wel tot meer succes en daarmee meer inkomen.
Lees verder Over de vraag of geld gelukkig maakt