Over hoe je je omgeving na-aapt

We hebben van nature de wil om te leren. Zelfs als je niet weet waarvoor of waarom. Leren is belangrijk. Leren is overleven. We willen nieuwe informatie. We willen leren lopen. Daarom willen we progressie. Daarom willen we vooruit komen. Daarvoor hebben we doelen nodig, om in de juiste richting te gaan.
In hoeverre is dat een bewust proces en hoe leer je gedrag aan? Het blijkt dat ook hier een aantal automatische processen aan ten grondslag liggen.

Leren doe je door na te apen. Zo kunnen baby’s van slechts een paar uur oud al mondbewegingen na doen. Zo leren we praten, lopen, onze normen en waarden (conditionering) en nog veel meer. Maar ook emoties kopiëren we. En gedrag. Dit komt door zogenaamde spiegelneuronen in ons brein. Deze zijn superhandig om snel te leren en om in de groep mee te kunnen doen. Zij vormen de basis voor empathie, je kunnen inleven. En omdat we individueel zo weinig kunnen is het essentieel om je te verbinden met de groep en van die groep zo snel mogelijk zo veel mogelijk te leren. Want alles wat je leert kan je toepassen en dat kan wel eens het verschil maken tussen leven en overleven.

Doen wat de rest doet is ook een soort ‘wisdom of the crowd’. Als iedereen links gaat zal er wel een reden zijn om niet rechts te gaan. Help! Gevaar! Vechten of vluchten! En iedereen gaat links. Dan kan je maar beter ook links gaan, in de bescherming van de groep en gebruik makend van de opgetelde kennis van de groep. Anders ben jij dat jonge buffeltje dat door de leeuwinnen gegrepen wordt.
Nadeel hiervan is dat je automatisch naar links gaat als iedereen naar links gaat. De groep volgen zonder een reden te hebben om dat te doen is je automatische gedrag. Ook als er maar één buffel dacht gevaar te zien en linksaf ging en er toevallig een paar omstanders volgden. Terwijl links een groter gevaar ligt dan rechts. Groepsgedrag en groepsdenken zijn in principe heel handig om te overleven, maar lang niet altijd.

Dit systeem draagt flink bij aan de invloed die je omgeving op je heeft. Het zorgt er voor dat als we afwijken (gewoon omdat we als enige een andere mening hebben) ons brein op tilt slaat en de ervaring als ‘fout’ labelt. Afwijken van dat wat anderen doen is fout gedrag.

Spiegelneuronen zijn pas in 1991 ontdekt. In een Italiaans onderzoek met apen waren er elektroden geplaatst in de hersenen van de apen om de hersenactiviteit te meten. Toen een onderzoeker een pinda uit een pot at, vertoonde de hersenen van de aap dezelfde activiteit als wanneer die aap een nootje at. Ons brein beeldt zich in dat we doen wat de ander doet. Daardoor ‘voel’ je pijn in je teen als iemand anders tegen een losliggende stoeptegel trapt. Spiegelneuronen zorgen er ook voor dat je met de emoties van een acteur meeleeft. Je brein kent geen verschil tussen feit en fictie. Zelfs niet als je het weet. Zelfs het lezen van een verhaal over iemand met bepaalde emoties activeert onze emoties.
Uit onderzoek is gebleken dat Amerikaanse vrouwen die Georgia heten vaker naar de staat Georgia verhuizen dan mensen met een andere naam. Het is ook geen toeval dat je zoveel stellen kent met namen die op elkaar lijken. Peter en Petra. Paul en Paula. Of achternamen die op elkaar lijken of hetzelfde zijn. Of bakkers die Bakker heten. Als je je dit beseft bedenk je ineens allerlei voorbeelden in je omgeving. Je brein houdt het graag lekker simpel.

Lekker doen wat de rest doet, herhalen wat gisteren ook werkte. Dat is wat je wil. Van nature. Maar brengt je dat wat je wil? Helpt het je? Of houdt het je tegen?

Groeten,

Frank

Beluister deze blog als podcast.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *