Over hoe je van alles ziet wat er niet is

De afgelopen blogs ben ik niet zo lief voor je geweest. Ik heb je verteld dat je geen idee hebt wat je doet, dat je bang bent, ik heb je uitgemaakt voor drugsverslaafde en stresskip, dat je denken geprogrammeerd is en vorige week vertelde ik je dat de werkelijkheid nogal relatief is. Ik ga nog even door. Want je doet nog meer zonder dat je het door hebt. En pas als je echt goed hebt doorgrond welke onbewuste processen jouw gedrag bepalen kunnen we het gaan hebben over hoe je dit kunt veranderen. Deze week over je fantasie. Over hoe je van alles ziet wat er niet is.

Je paradigma’s versterken zichzelf via je bewuste. Want je bewuste kan kiezen en afwijzen. Dat wat in het straatje past wordt geaccepteerd en opgeslagen, wat niet in het straatje past wordt afgewezen en afgedaan als onzin. Zie je iemand over het water lopen, denk je direct dat dat onzin is. Zal wel ondiep water zijn dan, of een spiegeling. Kan niet, onzin. Behalve misschien als je een religieuze conditionering hebt. Dan kan het juist de perfecte bevestiging zijn van wat je altijd al wist.

Als je een hoeveelheid informatie binnen krijgt, maar je kunt er geen volledig plaatje van maken, vullen je hersenen het zelf aan. Dat kan naar een volledig logisch verhaal. Achteraf. Op basis van je kennis, ervaring en overtuigingen vanuit je thalamus.
Zo ontstaat oorsuizen ook. Je hebt een gehoorbeschadiging, daarom gaat je brein zelf maar geluid produceren. Dat geluid is er helemaal niet maar je ‘hoort’ het wel. Als de informatie in je brein gemaakt wordt, wordt het toch geïnterpreteerd alsof het van buiten komt en dus ‘echt’ is. Ook hier geldt weer dat je geen verschil maakt tussen realiteit en fictie.

Als de hersenschors waarmee je normaal ‘ziet’ onvoldoende informatie binnen krijgt, gaat deze zelf beelden maken. Hetzelfde gebeurt bij het uitvallen van het geheugen, bijvoorbeeld bij het syndroom van Korsakoff, een dementie door alcoholmisbruik. Hierbij ontstaan nepherinneringen van gebeurtenissen die nooit hebben plaatsgevonden, die ‘configuraties’ genoemd worden. Ook fantoompijn na een amputatie lijkt daardoor veroorzaakt te worden. Het brein ‘verzint’ dat de arm of het been er nog is bij gebrek aan gewone informatie uit het ledemaat.

Als je je ogen op een klok richt lijkt het moment totdat de secondewijzer voor het eerst beweegt langer te duren dan de seconden daarna. Dit heet de ‘stopped clock illusion’ of ‘chronostasis’, de tijd staat even stil. Dat is natuurlijk niet zo, maar zo zie je het wel. Zo voelt het wel, als je hier nog van ‘voelen’ kan spreken.

Er is alleen wat er nu hier gebeurt. Het verleden is gekleurd en selectief opgeslagen als herinnering, de toekomst is onzeker. Maar je moet dus zelfs oppassen bij dingen die je nu waarneemt. Dingen die je doet of wat tegen je gezegd wordt. En welke kant je op wil. En feedback die je krijgt. De successen die je behaalt. Wie heeft dat voor je bedacht? Heeft je onbewuste het bij elkaar gepuzzeld en aangevuld met onzin? Wat is de waarheid?

Andersom werkt het ook. Je ziet veel meer en je weet veel meer dan je je realiseert. Als je het gevoel hebt dat je bekeken wordt, had je het waarschijnlijk gewoon gezien zonder er van bewust te zijn. Er komen zoveel meer impulsen binnen dan je bewust verwerkt.
Zo kan je ook op vragen over wat je leuk vindt, wat je wil, etc. ineens in een coachgesprek wel allemaal antwoorden geven terwijl die coach alleen maar vragen stelt.

Figuur 8: Kanizsha driehoek

De dingen die je ziet zijn lang niet altijd de dingen die je ziet. In mijn blog over hoe mensen rare dieren zijn vertelde ik je al dat je brein het niet snapt. Een mooi voorbeeld hiervan is het Kanizsha effect. Waarschijnlijk zie je in bovenstaand figuur een witte driehoek. Misschien heeft ie zelfs wel een schaduw. En dat is raar. Want die driehoek is er niet.

Dit wordt het ‘Gestalt-effect’ genoemd. Je ziet iets en je brein vult de rest in. Heel handig, want soms zie je gewoon niet alles. Met al je zintuigen vorm je je een beeld van de werkelijkheid en de delen die je niet waarneemt vul je aan. Dit doe je voor een groot deel onbewust, net als bij de witte driehoek. Dit kan heel handig zijn. Als je in een bos loopt en je hoort gekraak, komt er misschien wel een beer aan. Dus automatisch kijk je om. Je hoeft maar een heel klein deel van een tijger te zien om te denken dat je een tijger ziet. Terwijl je helemaal geen tijger ziet, je ziet een stukje vacht. Misschien schoten er al wat overlevingsprocessen in werking. Misschien begon je zelfs al te rennen. Je brein maakt allemaal associaties tussen waarnemingen en beschikbare kennis uit ervaringen uit het verleden.
Dit zijn fijne automatismen, want die hebben ons tenminste gebracht waar we nu zijn. Had je verre voorvader niet een sprint getrokken toen hij dat takje hoorde knappen, had jij je nu niet zo lekker druk zitten maken over je geluk.
Je conditionering, samen met je angsten, gestuurd door de stofjes in je brein, je spiegelneuronen, alles samen maakt dat je dingen ziet zoals je ze ziet. Maar betekent allerminst dat wat jij ziet ook de werkelijkheid is.

Volgende week maandag meer inzicht over de onderliggende processen van labeling en reactie, met daarin onder meer aandacht voor het Pavlov-effect.

Groeten,

Frank

Beluister deze blog als podcast.

Wil je zeker zijn dat je geen blog meer mist? Vul dan hiernaast (desktop) of hieronder (mobiel) je naam en emailadres in, dan ontvang je een mail wanneer er een nieuwe blog live staat!

3 gedachtes over “Over hoe je van alles ziet wat er niet is

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *