Over hoe mensen rare dieren zijn

“Is dit algemeen bekend?”, vroeg een van de deelnemers van mijn training vorige week verbaasd en bijna verontwaardigd. Ik had net een flinke monoloog afgestoken over hoe ik vind dat mensen zulke rare dieren zijn. Over hoe primair we reageren. Over hoe slim we denken te zijn en hoe uniek, maar dat we uiteindelijk allemaal dezelfde domme denkfouten maken.

Ik heb net ‘Wij zijn ons brein‘ van Dick Swaab uit. Al bijna een klassieker en deze kon niet in mijn repertoire ontbreken. Het boek staat boordevol kennis over het menselijk brein en de werking er van. Een mooie aanvulling en onderbouwing van mijn kennis. Een hoop klepels bij klokken.
Tegenstanders van Swaab zijn er in vele hoedanigheden. Een groot deel ageert op de titel. Als je op bol.com door de reviews heen scrollt zie je allerlei mensen die aanvechten dat wij ons brein zouden zijn. “Als wij verkeerd denken, ligt dat […] niet aan het brein, maar aan onszelf, de wezens die we zijn. Daarvan is het brein de zetel van bewustzijn […] maar dat is niet wat wij zijn. […] Als we onze auto of fiets besturen, zijn we dat voertuig toch ook niet? Wij stellen onszelf toch ook niet gelijk met onze spieren of ledematen of vul maar in. Dus ook niet met hersenen!”, zo valt er te lezen.
In een blog vier jaar geleden had ik het er over dat je geen onderscheid kunt maken tussen ‘jou’ en je onbewuste. Tenzij je denkt dat er een hogere macht is die aan alle touwtjes trekt is er maar één iemand die jou bestuurt, en dat ben jij dan dus zelf. En die besturing maakt wel wie we zijn. Niet onze ledematen of spieren. Juist niet. Praat eens met iemand met een fysieke of geestelijke beperking, die zal juist zeggen dat zij niet hun handicap zijn!

Wij maken beslissingen (onze besturing) op basis van ervaringen en kennis die we in het verleden hebben opgedaan. We zijn geconditioneerd door onze opvoeding, ons onderwijs, onze ouders, door onze omgeving. Bovendien hebben we ook een genetische basis die onze wereld kleurt. We bekijken alles wat er gebeurt door een gekleurde bril. Dit zijn onze overtuigingen, ook wel ‘paradigma’s’ genoemd. Alles wat we meemaken zien we door dat filter. En dat filter maakt van de realiteit onze realiteit. Zo kan een zelfde gebeurtenis een hele andere betekenis hebben voor iemand die vlak naast je staat en precies het zelfde meemaakt. En dat is raar.

Ons brein is continu op zoek naar gevaar. Begin vorig jaar beschreef ik hoe al je ervaringen gewogen worden door je eigen interne risk officer: je amygdala. Die raadpleegt je kennisdatabank (via je thalamus) en bepaalt of iets gevaarlijk is. Zoals ik vorig jaar al schreef, die amygdala van je is een beetje verveeld. Nog niet zo heel lang geleden kon de amygdala bezig zijn met wilde dieren, giftige planten en rivaliserende stammen, maar ook met de zorg of er wel genoeg eten is en natuurlijk met de voortplanting. Super belangrijke dingen. Maar al die dingen hebben we inmiddels wel geregeld en daar hoeven we ons niet echt meer zorgen over te maken. Dus gaan we ons maar zorgen maken over wat mensen van ons vinden, of we wel gelukkig zijn en of we wel genoeg carrière maken. ‘First world problems’, roept een ex-collega van me altijd. Best raar.

En dan is het ook nog eens zo dat ons brein geen onderscheid kan maken tussen werkelijkheid en fictie. Daarom zijn we echt bang als we een enge film kijken en denken we toch aan roze olifantjes als iemand ons opdraagt niet aan roze olifantjes te denken. Want onze hersenen kennen het woord ‘niet’ niet. Dit inzicht kreeg ik voor het eerst toen ik een paar jaar geleden een filmpje zag van oud-dameshockeybondscoach Marc Lammers. In dit filmpje legt hij uit hoe dit werkt.

Ook licht hij toe dat wij, zeker in Nederland met onze zesjescultuur, ons vooral focussen op de onvoldoendes. We richten ons op de vier in plaats van op de acht. Waardoor de acht weinig aandacht krijgt en terugzakt tot een zes en als het mee zit redden we het inderdaad om van die ene vier een vijf en een half te maken. Hakken over de sloot. Geslaagd.
Als het mee zit. Want door je te focussen op het onbekwame train je je brein in onbekwaamheid. Je wordt er heel goed in om iets slecht te doen. Zo is het ook met zeuren. Mensen die heel veel zeuren gaan vaker zeuren. Want dat is er in gesleten. Dat is wat ze altijd doen. Hun standaardreactie.

En die standaardreactie is wat je houdt op de plek waar je bent. Die standaardreactie zorgt er voor dat je doet wat je gisteren ook deed. En als je gisteren een vier haalde, haal je die vandaag ook.
Als het mee zit. Want je haalde niet een vier, je had het overgrote deel fout. En daar word je beter in. Dus vandaag haal je een drie. En morgen een twee. Raar eigenlijk.

Drie jaar geleden bedacht ik de tegeltjestekst waar ik nu nog vaak mijn training mee open: “Als je doet wat je leuk vindt word je beter in waar je goed in bent”, de basis voor mijn pleidooi om altijd egoïstisch leuke dingen te doen. Juist de focus op je talenten, bewust trainen op het bekwame, zorgt er voor dat je boven de rest en zelfs boven je zelf uit gaat stijgen.

Ik reageerde op de vraag in de training door te zeggen dat ik geen wetenschapper ben. Ik heb nooit een wetenschappelijk experiment uitgevoerd of een representatief onderzoek gedaan. Alles wat ik weet heb ik uit boeken, trainingen, filmpjes, artikelen en gesprekken. Dus ja: dit is algemeen bekende informatie. Gewoon te vinden op internet of in de boekwinkel. Maar dat betekent niet dat iedereen het weet. Elke dag maken we allemaal fouten die we hadden voorkomen als we meer hadden geweten. Troost je: je kunt nooit alles weten. Sterker nog: hoe meer je weet hoe minder je weet. Of zoals John Lennon het zei:

Wat wel zo is, op basis van mijn eigen tegeltjestekst, is dat ik mij vanuit eigen interesse en motivatie zoveel kennis eigen heb gemaakt en zoveel nog aan het verzamelen ben dat ik deze kennis weer kan delen. Want dat is mijn missie. En daarmee direct mijn bestaansrecht. En dat bestaansrecht leidt dan weer tot gelukkig werken waar ik twee jaar geleden een geluksmodel voor ontwierp. Een model bestaande uit een klavertje vier waarin ‘doen wat je leuk vindt’ samen gaat met ‘doen wat betekenis heeft’, ‘ doen waar je goed in bent’ en ‘het op jouw manier mogen doen’, ondersteund door een financiële basis die je bestaansrecht mogelijk maakt.

Mensen zijn rare dieren, maar samen kunnen we er wel wat moois van maken.

Groeten,

Frank

Deze post (of een bewerking daarvan) is onderdeel van mijn boek ‘En nu echt!’. Klik hier voor meer info.

7 gedachtes over “Over hoe mensen rare dieren zijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.