Over een leven lang leren en waarom dat geen luxe is

Woensdag heeft de SER een advies uitgebracht voor een individuele leerrekening, waarmee werknemers verantwoordelijkheid krijgen over hun eigen bijscholing. Werknemers, werkgevers en scholingsfondsen kunnen geld storten op deze rekening, die door de overheid fiscaal gunstig moet worden behandeld. Een leuk idee om medewerkers te stimuleren die regie te nemen voor hun eigen ontwikkeling. Vorige maand kopte het FD echter ‘Werknemer voelt geen noodzaak om in zichzelf te investeren‘. In het artikel pleiten twee directeuren van Rabobank voor meer flexibiliteit in het arbeidsrecht en een scholingsrugzak. “Werknemers moeten zich realiseren dat hun baan eindig is, en dat ze een veel grotere verantwoordelijkheid hebben om een nieuwe loopbaan te vinden. Dat kan een werkgever niet voor je doen.” Aldus Rabo’s directeur kennisontwikkeling Barbara Baarsma, die ook meeschreef aan het SER-advies.

Werken en leren worden steeds minder twee gescheiden concepten. Nog niet zo heel lang geleden ging je naar school, deed je misschien nog een studie en zelfs een kopstudie, maar dan was je klaar en ging je werken. En dat deed je dan jarenlang bij de zelfde baas. Nu zijn hogescholen en universiteiten allemaal praktijkgericht ingericht in allerlei projectvormen, doe je allerlei stages, doe je niet mee zonder allerhande bijbanen, tussenjaren, uitwisselingsprogramma’s en stages. Onderwijsinstellingen gaan steeds meer samenwerkingsverbanden aan met bedrijven en organisaties om de aansluiting zo soepel mogelijk te maken.
En als je dan aan een baan begint bestaat die vaak uit een traineeprogramma om vervolgens continu bezig te zijn met je ontwikkeling.

Zoals Jeroen Busscher in zijn boekje ‘Onbeperkt Houdbaar‘ uiteenzet zijn er verschillende redenen om in beweging te blijven. Als je je niet ontwikkelt (en dus lekker ‘in je veilige comfort zone’ doet waar je goed in bent en wat je gisteren ook zo goed deed) loop je het risico ingehaald te worden door een moderne werknemer die de nieuwe manier van scholing heeft gevolgd, enthousiast, ambitieus en gemotiveerd is en bovendien de helft van jouw salaris verdient. Rechts over de vluchtstrook zie je een young professional voorbijflitsen. Want hoezo mag je niet over de vluchtstrook?
Ondertussen komen op de linkerbaan, netjes binnen de lijntjes, de geoliede machines uit India en China voorbij. En over je hoofd schieten de drones, de computergestuurde systemen en robots. Tot overmaat van ramp word je op een dag wakker en realiseer je je dat je eigenlijk helemaal geen zin meer hebt in je werk, maar dat je niks anders kan en dat je te oud bent om nog iets bij te leren.

Nou kan je daar je schouders bij ophalen en denken dat dat jou niet gaat gebeuren. Of vinden dat je daar dan toch niks aan kan doen, dat dat soort dingen je nu eenmaal overkomt. Maar dat is natuurlijk niet waar. Je bent (in hoge mate) zelf verantwoordelijk voor je succes en geluk en je moet er dus zelf wat van maken.
Nu kun je als organisatie stellen dat het dus de verantwoordelijkheid van je medewerkers is om zich te ontwikkelen. Maar bedrijven bestaan niet want zij zijn niets meer dan een organisatie die bestaat uit de optelsom (of de vermenigvuldiging) van haar medewerkers. Dus als organisatie moet je ook aan de bak. En ook voor een organisatie geldt dat je niet moet verwachten dat je problemen vanzelf opgelost worden.

Je medewerkers kijken ook naar het gras van de buren. In het vocabulaire van de moderne werknemer bestaat de term ‘jobhopper’ niet meer. Een Z(Z)P-er ook niet. Is allemaal hetzelfde. Dat is gewoon hoe je het doet. Een leaseauto is niet meer relevant. Een pensioen ook niet. Dat regel je allemaal zelf. De relatie tussen een werkgever en een werknemer wordt er steeds minder een van een ouder en een kind. Steeds meer wordt dit een relatie tussen twee volwassenen. Met allebei een belang, allebei wensen en allebei een mening.

En die mening is waar het vooral om draait. Vroeger werden organisaties gerund op kennis. De man met de meeste kennis was de baas. Daarna ging het over kunde. Competenties waren het toverwoord. Maar nu gaat het over willen. Over motivatie. Zelfs over zingeving.
Je moet als manager van verandering alle drie beheersen om succesvol te kunnen zijn. En omdat verandering de enige constante is geldt dit dus voor alle managers. En omdat je manager net zo verantwoordelijk is voor jouw ontwikkeling als jijzelf geldt dit dus ook voor jou.
De Nationale Beroepengids deed onderzoek naar de beroepen met toekomst en stelde een top 21 samen van beroepen waar een goed toekomstperspectief van verwacht wordt. Daar waar automatisering, digitalisering en robotisering enerzijds een bedreiging zijn vormen deze ook een grote kans. Eenderde van de beroepen hebben een directe link naar deze ontwikkelingen.
Met de stelling “ontwikkeling wordt de constante” sluit het onderzoek af. Beroepen ontstaan en beroepen verdwijnen of veranderen. Je aanpassen en meebewegen is dus een vereiste. Binnen het veld van aanpassen en meebewegen ontstaan ook weer mooie nieuwe beroepen zoals ‘Werkgelukdeskundige’, ‘Longevity coach’ en ‘Ontwikkelingscoach’.

“De individuele leerrekening is een goede impuls, maar de SER loopt ‘met een grote boog’ om het heilige huisje van de sectorale scholingsfondsen heen”, vindt Peter van Lieshout, hoogleraar en voormalig WRR-lid. Het is inderdaad niet de magische oplossing voor alle problemen. Het afschaffen van contracten voor onbepaalde tijd en het in plaats daarvan introduceren van contracten voor vijf jaar, zoals mevrouw Baarsma van Rabobank voorstelt is het ook niet. Maar dat er iets gaande en dat zeker de grotere organisaties echt aan de slag moeten is duidelijk. Tot die tijd kun je zelf al actief bezig met je eigen relevantie. Met je eigen loopbaan. Met je eigen geluk en daarmee je eigen succes.

Groeten,

Frank

Meer over dit onderwerp:
Over de dwangbuis die een vast contract kan zijn
Over de rol van de Staat in het handhaven van jouw geluk
Over tegenstellingen en balans, voor jou en je organisatie
Over de overtreffende trap: leuk werk als voorwaarde voor succes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *