Over Herman Finkers, Benedictus, Maslow en de zin van het leven

Vorige week had ik een goed gesprek met een collega over haar missie. Haar bestaansrecht. En over
de vraag waarom we ons zo druk maken over de plek die ons werk in ons leven inneemt. In de ‘zoektocht naar gelukkig werken’ maken we doelstellingen, volgen we cursussen en klagen we heel de dag door over hoe het zou moeten zijn. Tegelijkertijd valt ons op dat mensen makkelijker hun relatie verbreken omdat “hij niet de ware is” dan dat ze hun baan opzeggen.

Ieder antwoord brengt mij een nieuwe vraag. Hoe meer je weet, hoe minder je weet is een aloude Oosterse wijsheid. En hoe verder je komt, hoe groter de vragen worden. Dat is ook de reden van mijn vier maanden durende ‘blogstilte’ afgelopen jaar. Te grote vragen om in één blog op te lossen.

De belangrijkste vraag is die waarom het onderwerp waar ik zo graag over schrijf enerzijds zo populair is en anderzijds zo weinig aandacht krijgt. Gelukkig zijn, jezelf worden, the pursuit of happiness, noem het maar op. Bladen, boeken, blogs, beurzen genoeg. Maar op straat loopt iedereen elkaar voorbij op weg naar een bestemming waar ze niet heen willen.

Het onszelf moeilijk maken, dat is onze natuur. Vorige maand volgde ik een tweedaagse training over persoonlijk leiderschap die me nieuwe antwoorden gaf. Dezelfde training van waaruit ik de opdracht kreeg een boek te kiezen uit de meegebrachte bibliotheek. Ik koos Paulo Coelho’s ‘De Alchemist’, dat mij het antwoord gaf op een belangrijke levensvraag die ik eerder van een collega kreeg, waarop ik een antwoord heb gegeven op een van de laatste dagen van vorig jaar.

In de training leerde ik dat alle waarnemingen en gedachten die bij je binnenkomen, eerst langs een risico-assessment moeten in je amygdala.

Je amygdala bepaalt of iets gevaarlijk is en bepaalt welk onderdeel van je hersenen de reactie mag oppakken. Vanuit de evolutie zijn we risico-mijdend en je amygdala is er op gericht gevaar te ontwijken. Dat vindt ie leuk. Daar is ie voor. En hij neemt zijn werk serieus. Dus als er maar een klein beetje gevaar dreigt, gaat de amygdala aan het werk.
Na gevaar komen problemen. Te weinig eten? Jagen! OK, naar picnic.nl dan. Geen dak boven het hoofd? Onderdak zoeken! En zo langzaam de behoeften afwerken die zo mooi door Abraham Maslow opgestapeld zijn.
De amygdala van de gemiddelde mens, zeker de West-Europese, verveelt zich een beetje. Er zijn weinig mammoeten te ontwijken, weinig ziektes te bestrijden en van andere mensen hebben we in principe ook weinig te vrezen. Sterker nog: eten, onderdak, inkomen, een sociaal netwerk (nee, echte mensen, niet Facebook), waardering, werk, weer ander werk, je talent benutten, we hebben het allemaal.
Maar ja, de amygdala wil ook zijn werk doen. Hij is op zoek naar nieuwe problemen.
De eerste vijf treden van de piramide van Maslow zijn allemaal gericht op behoeften veroorzaakt door tekorten. Maar nu we alles hebben, gaan we naar stap zes. ‘Zingeving’ of zelfs ‘zelftranscendentie’, wordt deze genoemd. Boven jezelf uitstijgen. Een hoger doel. In juni schreef ik dat we hier beland zijn doordat we over het breakeven punt zijn gevallen tussen welvaart en welzijn: “We zijn zo druk met ons welzijn dat we elkaars welzijn vergeten waardoor ons welzijn daalt.”. Ik vervolgde in een nieuwe blog dat we zoveel geld hebben, dat alleen ‘tijd’ nog een schaars goed is.  In juli stelde ik voor onze overgereguleerde beschaving op te heffen en een nieuwe te stichten. Niet in een programma van John de Mol, maar in een nieuw administratief land. Ik stelde: “We maken het onszelf allemaal veel te moeilijk. Risico’s horen bij het leven. Die schakel je niet uit met regeltjes en procedures.”.
Gisteren keek ik de Oudejaarsconference van Herman Finkers. Naar nu blijkt goed getimed, want deze is vannacht achter het abonnementsslot van NPO Gemist gezet.
Finkers haalt in zijn slotwoord de heilige Benedictus van Nursia aan. Eerst even wat geschiedenisles.
Benedictus van Nursia (480-547) is de grondlegger van de Benedictijnse leefwijze. Deze leefwijze is, als je er van een afstandje naar kijkt, momenteel erg populair. Boeken verschijnen over rust in kloosters, structuur in je leven en zoeken naar een hoger doel. Om het maar niet te hebben over het immens populaire mindfulness.
Benedictus schrijft de beroemd geworden regel: de Regula Benedicti. Vooral de regel ‘Ora et Labora’, bid en werk, is beroemd geworden. Waar voorheen de adel en de geestelijkheid niet werkten (dat was voor het ‘lage’ volk), werd werken nu ook een taak voor monniken. Naast bidden en studeren moeten monniken ook werken, om zich zo de minste te tonen, aldus Benedictus.
Paus Benedictus XII bepaalt in 1336 in zijn Summa Magistri dat de kloosters zich samen moeten voegen in congregaties, in elk gebied een congregatie. Daar wordt besloten de kloosters naar Benedictus van Nursia’s regels in te richten. Hiermee is de basis gelegd voor één Europa. In 1964 verklaarde paus Paulus VI Benedictus tot patroonheilige van heel Europa.
Finkers zet Benedictus van Nursia neer als grondlegger van de hoop. Al googlend vond ik daar een mooie anekdote over, waarin Benedictus tijden een hongersnood zei: “Hoe kunnen jullie nu zo inzitten over zo’n onbelangrijk detail? Akkoord, vandaag is er geen brood. Maar wie zegt dat je morgen niet alweer brood in overvloed hebt?”
Terug naar de oudejaarsconference. Over het geloof, de hoop en de liefde. Finkers begon: “Iedereen is aan het multitasken. Benedictus zei: “Niet doen! Anders krijg je al snel het gevoel dat je leven zinloos is.” Je wordt zinloos geboren, je leeft zinloos en je gaat zinloos dood. Een hopeloze zaak. Maar Benedictus heft die hopeloosheid op, want hij zei:”De wereld is niet perfect. Dus heeft het leven zin. Door te proberen met kwetsbaarheid, met zachtheid en met schoonheid de wereld iets mooier te maken dan ze is. En als je leven werkelijk zinloos was, zou dat betekenen dat de wereld perfect is. Want een perfecte wereld, wat kan jij er nog aan toevoegen?”.”
En terwijl Herman Finkers wees naar de kranten waaruit hij de conference had gevuld met de ellende die in 2015 aan ons voorbij is gegaan vervolgde hij: “Maar de wereld is imperfect, dus kunnen wij aan de slag met kwetsbaarheid, zachtheid en schoonheid. Zonder deze drie gaat het niet.”
Kwetsbaarheid mag weer tegenwoordig, zo schreef ik in april. Je fouten laten zien, vertrouwen, meer successen vieren. We hebben het nodig ook. Niet voor erkenning en aanzien (het derde niveau van Maslow), maar juist om daar bovenuit te stijgen. Om te kunnen kijken naar de echt mooie dingen.
Vertrouwen is de basis om een eerlijk gesprek te voeren. Over de echte dingen.
Ik ben opgegroeid op de Benedictijnenhove in Leusden. Nooit gedacht dat ik 16 jaar nadat ik daar vandaan verhuisde hier zo’n betekenis aan zou geven.
De imperfectie van de wereld geeft ons een reden iets toe te voegen. De wereld beter te maken. In kleine stapjes. Niet de hele wereld in een keer. En ondertussen blijft in ons onderbewuste de strijd gevoerd worden op zoek naar gevaar en problemen. Weerhouden we onszelf van het zetten van de echt mooie stappen. Van het nemen van de echt goeie besluiten. Maar daar kan je doorheen, als je weet waar je heen wilt.
Mijn vier maanden durende writer’s block (uitgezonderd een vierdelige blogtrilogie op Ordina.nl) werd deels veroorzaakt door het idee alles wel gezegd te hebben. En deels weerhield iets (gevaar!) mij om het hogerop te zoeken. Vaag. Zweverig. Te filosofisch. Te spiritueel. Maar nieuwsgierigheid, kwetsbaarheid en een stuk zelfvertrouwen hebben me er overheen geholpen. En een dosis gezond egoïsme. Maar vooral: omdat ik het wil schrijven.
En zoals ik de vorige keer ook al afsloot: laat dat dan mijn missie zijn.
Groeten,
Frank
Deze post (of een bewerking daarvan) is onderdeel van mijn boek ‘En nu jij!’. Klik hier voor meer info.

2 gedachtes over “Over Herman Finkers, Benedictus, Maslow en de zin van het leven

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.