Over waarom individualisering een halve mythe is

Ik schrijf telkens over individualisering. En ik ben niet de enige. Iedereen roept maar dat we ons steeds meer op ons zelf richten. De afgelopen vakantie ben ik er achter gekomen dat dat onzin is. In ieder geval voor een deel. Nu is vakantie altijd een tijd waarin je tot heldere inzichten kunt komen. Ik lees graag als ik op vakantie ben. Deze zomer heb ik me verdiept in het thema ‘netwerkmaatschappij’. Een interessante ontwikkeling.

De maatschappij verhardt, mensen richten zich op eigen gewin, op het behalen van de hoogste trede op de behoeftepiramide. We doen wat we leuk vinden, specialiseren in ‘ons ding doen’. Klopt allemaal. Individualisering is daarmee een feit.
Maar hoe meer we individualiseren, hoe meer we elkaar nodig hebben.
We schreeuwen alles van ons af in de sociale media, maar kunnen niet zonder een publiek dat reageert of het tenminste ‘leuk vindt’. We willen doen wat we leuk vinden, maar wel samen. Samen in het koffiehuis, in het gedeelde kantoor. Zelfs de hedendaagse encyclopedie schrijven we samen!
Sterker nog, hoe meer we ons specialiseren, hoe meer we in een keten moeten samenwerken om ook daadwerkelijk iets te produceren. Terug naar het ambacht. Doen wat je kan (en wat je leuk vindt) en dan ruilen. Ik kweek jouw tomaat, jij timmert mijn stoel. Gildes, netwerken, maatschappen, allerlei ‘ouderwetse’ samenwerkingsvormen komen terug. De coöperatie kent een revival als organisatievorm.
De crisis zorgt er voor dat bedrijven zoveel mogelijk ‘vet’ uit hun organisatie wegsnijden. Niet-renderende bedrijfsonderdelen worden verkocht, verzelfstandigd of gesloten. Dit betekent echter niet dat het die expertise nooit meer nodig heeft. Die kennis wordt ingehuurd op het moment dat het nodig is. Er ontstaan kansen voor kleine, wendbare organisaties. Kansen voor ZZP-ers. De flexibele schil om de steeds kleiner wordende en ook specialiserende kern.
Kennis, expertise, ondersteuning en samenwerking wordt bij elkaar gebracht wanneer het nodig. Nederland organiseert zich opnieuw in het ‘gelegenheidswij’ (uit: Trendrede 2013). Cocreatie is het nieuwe toverwoord. Samen ontwikkelen, samen vermarkten, samen geld verdienen. Ieder in haar kracht. Organisaties willen monopolist zijn, maar ontwikkelen hun producten in gezamenlijke businessmodellen. Brainport Eindhoven, no cure no pay, percentages, op retentie, et cetera.
Sywert van Lienden richt de G500 op, thuiszorg wordt samengebracht in het wendbare en efficiënte Buurtzorg, ZZP-ers richten broodfondsen in om te voorzien in inkomen bij arbeidscongeschiktheid.

We hebben elkaar meer dan ooit nodig. De ‘nieuwe organisatie’ is er een van gelegenheidssamenwerking om een gezamenlijk doel te bereiken. Met ZZP-ers die ingehuurd kunnen worden als er werk is, en zolang die ZZP-ers beschikbaar zijn.

Tegelijkertijd zie je in deze ‘nieuwe economie’ nieuwe bedrijven ontstaan die tegen alle trends in dubbele groeicijfers kennen. Dit zijn organisatie die volledig ingericht zijn volgens de nieuwe standaarden. Klein kantoor, weinig management, gedeelde backoffice, geautomatiseerde processen en efficiënte, goed gekozen samenwerking met andere organisaties. Voor deze organisaties liggen er grote kansen. En kan er makkelijk geld verdiend worden. Hoezo crisis? We veranderen alleen te traag.

Maakt de wereld in één klap een stuk gezelliger. We verzachten! Misschien wel als tegenbeweging, maar het is een beweging.

Vind ik leuk.

Groeten,

Frank

5 gedachtes over “Over waarom individualisering een halve mythe is

  1. Goed verhaal Frank, sluit goed aan bij mijn huidige beleving (ZZP). Het zichtbaar zijn in de markt als kleine zelfstandige is wel een uitdaging opzich.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.