Over het verband tussen de crisis en technologie

Het is al zo lang crisis dat het begint te wennen. De kredietcrisis heet hij. Hij heeft zelfs een eigen Wikipedia-pagina. En hij begon in 2007. Op Wikipedia staat overigens dat ergens medio 2011 de kredietcrisis ten einde was. Maar vervolgens ging hij over in de Europese staatsschuldencrisis. Ook goed.

De kredietcrisis zou geleid hebben tot nieuwe wet- en regelgeving voor financiële instellingen. Dit heeft onder meer tot gevolg dat er voorzichtiger krediet verleend wordt. Dit leidt weer tot problemen in de vastgoedsector omdat onder meer huizen moeilijker te financieren zijn. En zo kabbelen we voort.
Maar gisteren op weg naar huis had ik een brainwave. Een brainwave die de relatie legde tussen de technologische en maatschappelijke ontwikkelingen die ik graag de informatie- of kennisrevolutie noem (nog geen Wikipedia-pagina voor beschikbaar) en de huidige voortdurende crisis.
De laatste jaren is de beschikbaarheid van kennis explosief toegenomen en daarmee de hoeveelheid opgeslagen data.

Collega Tony Bosma schrijft vorige week over hoeveel data er per minuut gecreëerd wordt en dat data zelfs een betaalmiddel kan worden.
Alles wat je wil weten, kan je weten. Google weet alles! En heel veel meer dan dat…

Maar als je alles kan weten, betekent het ook dat er geen geheimen meer kunnen zijn. Transparantie is fijn, maar niet om het te geven. De consument heeft enorm veel macht doordat hij in staat is alle aanbieders van een product met enkele muisklikken… Sorry. Erg 2011. Opnieuw. Met enkele swipes kan een consument aanbieders vergelijken op alle mogelijke variabelen en zo een keuze maken. Dit betekent dat een bedrijf haar producten superscherp moet aanbieden en concurrentie een heel andere vorm heeft aangenomen. Dit zorgt er dus voor dat marges kleiner worden, organisaties anders moeten investeren en dat er minder ruimte is voor verschillende aanbieders van hetzelfde, of vergelijkbare product. Niet alleen zorgt de transparantie er voor dat een consument direct het beste product bestelt, ook worden de mindere aanbieders direct via alle social media gebrandmerkt, net zolang tot het bedrijf faillissement moet aanvragen. Organisaties die niet mee kunnen, vallen bij voorbaat al om. Zie de berichtgeving over Neckermann deze week.
Er lijkt dus slechts plaats over te blijven voor topbedrijven, die ook continu op hun top moeten presteren. Een andere maatschappelijke ontwikkeling is namelijk dat de merkvastheid sterk afgenomen is. Dit, gecombineerd met de eerder genoemde brandmerkcultuur in de sociale media, zorgt er voor dat een bedrijf direct afgeschreven wordt bij een kleine fout.

Scherp zijn, kleine marges hanteren, mee gaan met de trends, topprestaties leveren. Dat is nogal wat. En dat kost een hoop geld. Dus blijft er minder over. En geld lenen is moeilijker. Voldoende ingrediënten om de crisis om te dopen tot nieuwe modus operandi.

Dit is het. Beter wordt het niet. Zullen we dat met z’n allen accepteren, er tevreden mee zijn, op zoek gaan naar kansen en gewoon weer verder gaan met ons leven?

Wel zo gezellig.

Groeten,

Frank

3 gedachtes over “Over het verband tussen de crisis en technologie

  1. Topprestaties leveren betekent continu verbeteren. Net als een topsporter. Maar dat kost niet per definitie veel geld. Sterker nog, het kost vaak minder. (Zie eventueel een recente update in mijn LinkedIn-profiel (onder Activity) voor een korte toelichting over hoe je continue verbetering vormgeeft). Maar daadwerkelijk continu verbeteren betekent wel dat bedrijven meer moeten doen dan alleen zéggen "X, elke dag beter", zoals een bekende supermarktketen.

    Koos Faber

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.